Site Overlay

Haptonomie

Haptonomie in het dagelijks leven

Wanneer een baby geboren wordt, kan hij of zij nog niet zoveel. Zicht, gehoor en denken zijn nog niet volledig ontwikkeld. Voelen en daar uiting aan geven kan een baby wel. Bijvoorbeeld door te huilen bij honger of bij een vieze luier, of te lachen en kirren wanneer hij zich prettig voelt. Ouders die afgestemd zijn op hun baby, voelen meestal wel aan wat er aan de hand is en zullen adequaat reageren. Door met liefde en tederheid hun kleintje bij zich te nemen om te voeden of te verschonen. Door te lachen, te praten, te zingen, te spelen en aan te raken. Zo ontstaat er een affectieve band tussen ouder en kind. Wanneer het kind opgroeit, zal het zich veilig voelen en op onderzoek uitgaan, zich gesteund voelend door zijn ouders.

Helaas zijn ouders nu eenmaal niet perfect. Er zijn momenten waarop een kind zich niet gesteund, niet gezien of afgewezen voelt. Misschien omdat mama het te druk heeft, of papa ziek is, of omdat de omstandigheden aandacht vragen. Een kind zal op dit soort momenten bepaald gedrag ontwikkelen om zichzelf te beschermen, om de pijn van afwijzing niet te hoeven voelen of om juist de aandacht te krijgen waar het zo naar verlangt. Op termijn zou een mogelijke gevolg kunnen zijn dat het kind leert om gevoelens weg te stoppen of te negeren, omdat het te pijnlijk of te confronterend is om ze toe te laten. Dit kan zich later ontwikkelen als een patroon of zelfs overlevingsstrategie. Sommige ouders hebben als kind zelf weinig affectie gekend. Voor deze ouders kan het moeilijker zijn om een affectieve band met hun kinderen te ontwikkelen.

Affectief of effectief

Affectiviteit, contact vanuit het gevoel, lijkt in onze prestatiemaatschappij vaak ondergeschikt aan effectiviteit. We zijn vaak gericht op het halen van doelen en resultaten. Dat begint al voeg, op het consultatiebureau wordt de groei en ontwikkeling al bijgehouden in schema’s. Meten is weten en dat is belangrijk. Ook op school worden kinderen aangesproken op het denkend vermogen. We leren taal, tellen, rekenen en schrijven. Er is veel aandacht voor het ontwikkelen van cognitieve vermogens. Tegenwoordig is er gelukkig ook meer aandacht voor zaken als sociale vaardigheden en emoties. Hoe geef je bijvoorbeeld grenzen aan of op welke manier ga je met andere kinderen om. Sociale omgang of keuzes maken kan best ingewikkeld zijn, wanneer je niet goed kunt voelen wat voor jou klopt. Om bijvoorbeeld grenzen aan te kunnen geven, zul je ze eerst een grens moeten kunnen voelen. Wanneer onvoldoende aandacht gegeven wordt aan de ontwikkeling van ons voelend vermogen, en de nadruk ligt op (goed) presteren, zou dit op lange termijn klachten kunnen geven. Denk bijvoorbeeld aan burn-out, vermoeidheid, depressie, pijn of stress gerelateerde klachten.

Voelen

Haptonomie gaat dus over voelen. Voelen kunnen we allemaal en we doen dat de hele dag door. We kunnen allerlei indrukken van buitenaf waarnemen met de tastzintuigen in de huid, zoals temperatuur, aanraking, vorm en structuur. We kunnen naar binnen voelen, bijvoorbeeld je hartslag, de spanning in je lijf, of je honger hebt of dorst, enzovoorts. En daarnaast kunnen we ook nog allerlei innerlijke gevoelens en emoties waarnemen, ben je blij, boos, bang of bedroefd? Of voel je je tevreden, ongelukkig of verliefd?

Haptonomie bestudeert alle fenomenen die met het voelen te maken hebben. Zowel de externe zintuigelijke ervaringen als de innerlijke gevoelsbewegingen. Wat doet dat met ons en hoe gaan we daar mee om. Kun je bijvoorbeeld je grenzen voelen en aangeven, durf je ruimte in te nemen of voel je juist geen ruimte om dat te doen? Wanneer stel je je open voor iemand en wanneer sluit je je af? Ben je gericht op anderen of meer op jezelf? Hoe benader je iemand en wat doet dat met je? Hoe ga je om met gevoelens en emoties? Ben je in staat om uit te reiken naar een ander en écht contact te maken? Mag de ander jou voelen? Laat je zien wie je werkelijk bent?

De wetenschap van het voelen

Haptonomie is een visie op de ontwikkeling van de mens en zijn gevoelsleven. De grondlegger van deze visie was Frans Veldman (1921-2010). Veldman, opgeleid als fysiotherapeut, begon zich vanaf 1942 te verdiepen in de fenomenologie van het voelen.

Letterlijk betekent haptonomie overigens zoiets als ‘de regels of wetten van het menselijk gevoelsleven en de aanraking.’

Hapsis = tast, gevoel, gevoelsleven, aanraken
Nomos = regels, wetten, wetmatigheden

Volgens Veldman is de tast, de basis van ons gevoelsleven. Om te kunnen overleven was het nodig om de omgeving letterlijk en figuurlijk af te tasten om het onderscheid te kunnen maken tussen veilig en onveilig. Hierdoor leerden we door ervaring wat wel of niet goed voor ons was. Welk voedsel we wel of niet konden eten, welke omgeving gevaarlijk was en welke niet. Zo kon ons vermogen om te voelen en om daar op af te stemmen zich stapje voor stapje steeds verder ontwikkelen.

We zijn als mens natuurlijk niet alleen op de wereld. We verhouden ons niet alleen tot onze omgeving, maar ook tot onze medemensen. Veldman ontdekte dat voor een volledige ontwikkeling van het gevoelsleven affectieve bevestiging nodig is, bij voorkeur al vanaf de start van ons leven. Een bevestiging en erkenning voor onze aanwezigheid als méns, als persoon.  Voelen dat wij een eigen plek hebben op de wereld, dat wij er toe doen en goed zijn zoals wij zijn. Dit is volgens Veldman een voorwaarde voor het ontplooien van ons vermogen tot affectief contact en liefhebben.

Wanneer lichaam, geest en gevoelsleven harmonieus ontwikkeld zijn, ervaren wij onszelf als ‘een geheel’, met andere woorden, zitten we letterlijk en figuurlijk lekker in ons vel. We zijn dan niet alleen bezig met overleven, voedsel, drinken en een dak boven ons hoofd, maar er is er ook ruimte om (samen) het leven naar eigen wens vorm te geven en te kunnen genieten.

Meer weten? Ga naar de pagina Haptotherapie of Haptonomie en massage.

Scroll Up