
Tantra, het roept zowel oordeel als nieuwsgierigheid op. Ook in de wereld van de haptonomie. Deze twee werelden blijven vaak gescheiden en dat is goed, wanneer het om therapie gaat. Maar ik zie ook veel overlap tussen haptonomie en tantra (in ieder geval met de tantrische visie zoals ik die heb leren kennen). Naast uiteraard de verschillen. En het is vast niet voor niets, dat ik in de tantrische wereld regelmatig haptonomen of haptotherapeuten tegenkom.
Nuchter of zweverig?
In een wereld waarin alles draait om denken, presteren en digitaal contact, merk ik dat steeds meer mensen het verlangen voelen om weer thuis te komen in hun lichaam. Haptonomie en tantra zijn twee wegen naar dezelfde bestemming. Op het eerste gezicht lijken ze misschien heel verschillend, maar als je wat beter kijkt, zie je waar ze elkaar raken. En hoe ze elkaar kunnen versterken.
Haptonomie is voor mij allereerst een manier van kijken naar de mens. Het is nuchter, praktisch en heel direct (ook al blijft het helder uitleggen nog een hele kunst). Het gaat niet om technieken, maar om de affectieve ontmoeting. Als een haptotherapeut of haptonoom je aanraakt, zit daar eigenlijk altijd een uitnodiging in: kun je er zijn, precies zoals je nu bent.
In de haptonomie gaat het steeds weer over het hervinden van je basis. De plek in jezelf van waaruit je de wereld in kunt bewegen, zonder jezelf kwijt te raken. We leren herkennen hoe en wanneer we openen, maar ook weer sluiten. Hoe we ons verharden en verdwijnen als het spannend wordt en hoe we verzachten en verruimen als er veiligheid en verbinding is. Onze tast wordt daarin een innerlijk kompas. Het helpt je voelen wat klopt, waar je grens ligt en waar je werkelijk aanwezig bent.

Tantra beweegt ook nog ergens anders naartoe. Waar haptonomie helpt om een gezond ‘ik in relatie’ te ontwikkelen, nodigt tantra juist uit om dat ‘ik’ losser te laten. Het is een spiritueel pad waarin het lichaam, door bijvoorbeeld ademhaling en het gebruik van je zintuigen, wordt ingezet om te verruimen. Binnen tantra wordt het lichaam niet alleen gezien als iets fysieks, maar als een plek (een tempel) van energie en bewustzijn. Aanraking wordt ingezet als ritueel. Het gaat minder over heling in therapeutische zin en meer over bevrijding. Over het vergroten van je gevoeligheid en over het toelaten van levensenergie in al haar vormen. Soms seksueel, maar altijd met een diepere laag. Alles wordt gezien als onderdeel van iets groters, het is een non-duale benadering.
Waar raken ze elkaar
In beide benaderingen merk je dat praten en doen, ons kan weghouden bij wat er echt speelt. Bewustzijn ontstaat in voelen en in aanwezig zijn. Haptonomie voelt daarin als de bedding. Zonder het gevoel van je eigen lichaam, je grenzen en je plek, kan tantra misschien al snel wat zweverig of grenzeloos worden. Juist een stevige basis is nodig om te openen, zonder jezelf te verliezen. En andersom: tantra kan iets openen wat voorbij die basis ligt. Waardoor er meer ruimte komt, er meer gaat stromen. In haptonomie zou je dat levenslust kunnen noemen, in tantra spreken ze over (seksuele) levensenergie.
Wat in allebei terugkomt, is dat het niet zozeer gaat om wát je doet in de aanraking, maar hóe je er bent. Een aanraking zonder aanwezigheid blijft leeg. Maar als je er echt bent, kan een simpele aanraking veel in beweging brengen.

Als we het huis als metafoor gebruiken, dan legt haptonomie de fundering en zorgt voor muren, ramen en deuren. Zowel tantra als haptonomie nodigen je uit om van de zolderverdieping af te dalen, om nieuwsgierig alle kamertjes te bezoeken en om je huis volledig te bewonen. Ze leren je beiden om de ramen en deuren open te gooien, maar ook weer te sluiten wanneer dat nodig is. Maar tantra nodigt je vervolgens ook uit om eens op het dak te gaan zitten, of in je tuin. Om de intensiteit van het leven volop te ervaren en je eraan over te geven, of het nu regent, stormt of de zon schijnt.
Bestaan of zijn?
Haptonomie wordt gezien als de theorie van de menselijke affectieve ontwikkeling, of de ontwikkeling van het gevoelsleven. Niet als iets lineairs, maar meer als een spiraal waarin je steeds opnieuw, en steeds dieper, bij jezelf uitkomt.
Frans Veldman, grondlegger van de haptonomie, heeft dit omschreven in een aantal bestaans- en zijnswijzen. Dit is geen ‘level’ wat je bereikt en waar je vervolgens altijd verblijft. Het is meer een ruimte waarbinnen je beweegt, die meer of minder begrensd is.
Haptonomie stelt dat om op alle lagen te kunnen bewegen, er voldoende affectief aanbod geweest moet zijn. Dat start al bij de conceptie, ben je in liefde verwekt? Is er werkelijk ruimte voor jou gemaakt? Kun je je veilig hechten? Wordt je bevestigd niet alleen in je bestaan, maar ook in je hele ‘zijn’?
In tantra zou je kunnen zeggen dat het gaat over het leren gevoeliger te worden. Een beweging van een ego-staat en afgescheidenheid, naar het samenvallen met het leven.

Levenswijzen
De levenswijzen die Veldman heeft beschreven (als verschillende ontwikkelstadia van het gevoelsleven) verloopt in drie fasen:
Onbegrensd
Bij de start van je leven ben je nog volledig één met de ander, je komt zelfs voort uit die ander. In de baarmoeder ben je volkomen afhankelijk van je moeder, en letterlijk aan elkaar gebonden via de navelstreng. Ook na de geboorte blijft die afhankelijkheid nog een tijdje bestaan. Langzaam ontstaat er meer afstand en ontwikkel je gevoel voor je eigen lichaam, een eigen wil en ook een eigen persoonlijkheid. Onder invloed van tekorten kan groei en rijping bemoeilijkt worden en kun je blijven ‘hangen’ in het zoeken naar veiligheid in die twee-eenheid (symbiose).
Begrensd
Binnen een gezonde affectieve ontwikkeling, ontstaat een stevig ‘ik’. Je leert Nee en Ja zeggen, je grenzen kennen en ook om deze te verleggen. Wanneer je, met name in de kinderjaren, te weinig affectieve bevestiging hebt ervaren, kun je je gaan afsluiten. Je gaat dan meer in je hoofd zitten en raakt als het ware begrensd door patronen en overtuigingen. Het leven wordt dan iets wat je moet managen of overleven. Je bouwt een pantser op. Contact wordt functioneel of voorzichtig. Veiligheid wordt gevonden in afscheiding van de ander: ik ben hier, jij bent daar.
In tantra wordt dit gezien als leven vanuit het ego-pantser, waarin de scheiding tussen jou en de ander heel groot is. En dat ego is zeker niet verkeerd, zonder ego zouden we niet overleven. Begrenzing is dus heel gezond, maar kan ook heel strak en beperkend worden als dit een permanente staat van zijn is.

Ontgrensd
Wat Veldman mooi heeft beschreven, is dat volledige openheid zonder een stevig ‘ik’ niet veilig is. Daarom gaat het niet om grenzeloos te worden, maar om een gezonde vorm van begrenzing te ontwikkelen. Weten waar jij bent en waar de ander begint. En juist van daaruit kan iets transformeren. Je hoeft niet meer te kiezen tussen jezelf of de ander. Er ontstaat iets van een wij-gevoel, of zelfs een zijns-gevoel. In haptonomische termen betekent dit, dat je zo stevig in je eigen basis zit, dat je geen harde grenzen meer nodig hebt om jezelf te beschermen. Openen en sluiten is een vanzelfsprekende beweging. Je aanwezigheid wordt ruimer dan je lichaam alleen. Zelfontplooiing ontstaat in het zijn-met-anderen, zonder dat je jezelf daarin verliest of ten gronde zult gaan.
In een non-duale benadering zoals tantra bestaat er niet meer ‘iemand die waarneemt’ en ‘iets dat wordt waargenomen’, het valt samen. Er is niet iemand die aanraakt, er is alleen aanraking. Je valt als het ware in de ervaring. Het ego-pantser is gesmolten.
Belichaming
Veldman heeft dit heel fysiek en fenomenologisch beschreven. Niet als iets zweverigs, maar als iets wat je echt kunt ervaren. Je kunt doorvoelen naar de ruimte om je heen. Via een object of iemand anders, maar ook door de ruimte zelf heen. Via je tast neem je waar en reik je uit, zoals je met een lepeltje in je thee roert en voelt dat de suiker is opgelost. Of er gevoel voor hebt of je met je auto door die poort heen past. Of de sfeer in een ruimte aanvoelt.

In tantra wordt dit gezien als het verruimen van je energieveld. Daar spreken ze over Shakti, de stromende energie, en Shiva, het bewustzijn dat die energie draagt. Je kent vast wel het beeld van Shiva en Shakti, verenigd in de Yab-Yum positie wat vaak in tantra gebruikt wordt. Die twee kunnen niet zonder elkaar en zijn ook goed voelbaar in het lijf. De grond, je bedding en stevigheid (Shiva) en het veranderlijke, het stromende, de sensaties en ervaringen (Shakti). Shiva is dat wat waarneemt en Shakti dat wat waargenomen wordt.
Wat voor mij een belangrijke overeenkomst is, is dat beide stromingen het lichaam niet willen overstijgen of ontkennen. Je hoeft nergens bovenuit te stijgen om eenheid te ervaren. Juist door volledig in je lichaam te zijn, kan de ervaring ontstaan. Sterker nog, belichaming is een voorwaarde. Die ontgrensde staat is geen ‘weg van het lichaam’, maar juist een dieper erin.
Waar het van elkaar verschilt, is de focus. Haptonomie blijft dichtbij het menselijke, het relationele, het leven hier in de tastbare wereld. Tantra opent van daaruit naar iets groters, iets universeels, het goddelijke (in alles, dus ook in onszelf).
Maar eerlijk gezegd: op het moment zelf, in bijvoorbeeld een aanraking, is dat onderscheid helemaal niet zo relevant. Dan gaat het vooral over de kwaliteit van aanwezig zijn. Een hand die niets wil, niets neemt, maar er gewoon is.
Dans van Shiva en Shakti
In het dagelijks contact zijn we vaak met twee: de één doet iets en de ander reageert. Jij bent hier en de ander daar. Maar in die ontgrensde of verruimde staat verandert dat. In plaats van dat je je richt op de ander, ben je aanwezig in de ruimte die je samen deelt. De ander voelt niet meer als iets buiten jou, maar als iets wat je van binnenuit waarneemt. Alsof de grens van de huid zachter wordt. Dat vraagt wel dat je echt in je basis bent. In je lichaam, in je bekken, in je centrum. Van daaruit hoef je jezelf niet meer te beschermen of te bewijzen. En juist dát geeft ruimte. Alles kan er zijn.

In tantra wordt dat soms beschreven als de dans van Shiva en Shakti. Beweging ontstaat niet bij de één en wordt gevolgd door de ander, maar gebeurt tegelijk. Er is geen leiden of volgen meer, het is een ‘samen’.
In tantrische structuren zoals de Kashmirische Massage of de Tandava wordt dit beoefend. Je beweegt je lichaam niet, maar je wordt bewogen. Het niet-doen. Je komt in een staat van overgave en let op: dat is niet hetzelfde als jezelf uitleveren of weggeven!
Dit is geen staat waarin je altijd bent. In het dagelijks leven heb je je grenzen gewoon nodig. De kunst zit voor mij in het kunnen schakelen: weten wanneer je begrenst en wanneer je kunt openen. Wanneer je de controle pakt en wanneer je in overgave kunt gaan.
De grote verschillen
Haptonomie werkt via de tast. De aanraking helpt je om jezelf weer te voelen. Je grenzen, je ruimte, je beweging. Alles gebeurt in het directe lichamelijke ervaren. Tantra werkt daarnaast ook met energie. Aanraking kan daarin een manier zijn om die energie te laten stromen, vaak ondersteund door adem, meditatie of rituelen. Die structuren geven een veilig houvast om iets nieuws te kunnen ervaren.
Bezien vanuit de haptonomie kan dat soms wat gemaakt voelen. Alsof de vorm in de weg komt te staan van de echte ontmoeting, en affectiviteit en belichaming een doel op zich wordt.
De rol van seksuele energie
Hier ligt vermoed ik het grootste spanningsveld. Binnen de haptonomie is seksualiteit absoluut onderdeel van het mens-zijn, maar het hoort niet thuis in de therapeutische aanraking. Die blijft affectief en niet seksueel. De grens is daarin heel duidelijk en dus ook veilig.
In tantra wordt seksuele energie juist vaak gezien als een krachtige ingang tot bewustzijn en transformatie. Dat geldt zeker niet voor alle vormen van tantra, maar vaak wel binnen de meer westerse vertaling, wat soms ook behoorlijk hedonistisch kan worden. Het genieten van seksualiteit en lust, wordt dan een doel op zich of het voornaamste middel om tot transformatie te komen. (Veldman zou zich hierbij omdraaien in zijn graf, vermoed ik.)
Seksuele energie heeft in alle vormen van tantra een plek. Het wordt zelfs actief betrokken in de beoefening van tantra. Simpelweg omdat het een belangrijk onderdeel is van het leven en ons welzijn. Ook als het niet vertaald wordt naar seks, is het nog steeds in ons aanwezig als een vorm van Shakti.
Ik merk dat dit voor haptonomen soms schuurt. Het kan voelen alsof de zuiverheid van de ontmoeting vertroebelt. Seksualiteit mag er zijn, maar wordt niet actief ingezet of aangeraakt binnen de therapeutische context.
Binnen de tantra kan dit wel, maar het hoeft niet. Maar een heel klein deel van de tantrische structuren zijn seksueel van aard. En tantrische seks heeft over het algemeen alleen een plek in een privé setting.

Daarnaast is tantra geen therapie. Het is een spiritueel onderzoekspad (dat voor sommigen wel een therapeutisch effect kan hebben). Overigens is haptonomie op zichzelf óók geen therapie, maar een mensvisie. Haptotherapie is de therapeutische toepassing van haptonomie, en vraagt een gedegen therapeutische opleiding.
Tot slot
Dit is zeker geen compleet verhaal of ‘de waarheid’. Ik heb zowel de haptonomie als de tantra natuurlijk enorm tekortgedaan met mijn zienswijze. Er zijn boeken vol geschreven over deze twee benaderingen en een deel daarvan staat nog op mijn leeslijst. Aan de andere kant, je kunt er veel over lezen, maar zowel haptonomie als tantra, moet je eigenlijk vooral ervaren.
Toch, als ik het heel simpel en klein maak, voelt het voor mij zo: haptonomie helpt je om als mens stevig en aanwezig in contact en in de wereld te staan. Tantra nodigt je vervolgens uit om te ervaren dat je nog iets ruimer bent dan dat.
